Bedreigde musea blijven open

Voor de vier bedreigde musea betekent dit:

1. Slot Loevestein: Bussemaker rekende voor dat er in de vergoeding voor collectiebeheer voldoende ruimte zit om het slot open te houden, omdat slechts een fractie van het hiervoor geoormerkte bedrag daadwerkelijk nodig is om de collectie op peil te houden. Daarnaast trekt Loevestein veel bezoekers. Ze vroeg lokale overheden van een bedrag dat bijeen wordt gebracht voor infrastructurele verbeteringen en voor landschap en water een deel aan het slot te geven.
2. Bij Huis Doorn citeerde Bussemaker de passage in het raadsadvies over het gebrek aan binding met de Nederlandse geschiedenis. Ze zei ook dat het museum te weinig doet met de Eerste Wereldoorlog. Ze constateerde een laag bezoekersaantal en een goede verhouding eigen inkomsten. Ze bood subsidie aan op projectbasis. Huis Doorn moet met een kwalitatief goed plan komen, waarin de Eerste Wereldoorlog een vooraanstaande plaats inneemt en waarin samenwerking met andere musea wordt gezocht (onder meer door kunst uit hun depots te lenen). De minister zei tot twee maal toe dat het plan streng zal worden beoordeeld.
3. Bij Twenthe is het volgens haar duidelijk dat met het wegvallen van de exploitatiesubsidie de collectie niet langer zichtbaar zou blijven. Daarin verschilt het museum van Loevestein: met alleen het bedrag voor behoud en beheer kan het niet openblijven. Twenthe zegt hiervoor minimaal 570.000 euro nodig te hebben. Bussemaker zegt dat ze zelf de collectie de moeite waard vindt, maar citeert ook de Raad voor Cultuur die de collectie niet van nationaal belang beoordeelt. Ze vindt het jammer als de kunst niet langer toegankelijk is voor het publiek: ‘ik hecht aan openstelling’. Na enig technisch geharrewar met de Kamer wordt besloten voor komend haar 432.000 euro beschikbaar te stellen op voorwaarde dat provincie en gemeente er 138.000 euro bij leggen. Dit geld wordt gevonden in het niet juridisch belegde deel van de apparaatskosten van het budget. De overige drie jaar zal het geld moeten komen uit de frictiepot.
4. Over het Geldmuseum zegt Bussemaker dat het in 2013 is geholpen met bijdragen van Financiën en De Nederlandsche Bank. Ze constateert dat het Geldmuseum ook over de toekomst nadenkt en gaat ervan uit dat er voor de jaren na 2013 een goed plan komt, waarbij deze financiers betrokken blijven.
5. De forse kortingen (25 procent) op het Letterkundig Museum en Meermanno blijven van kracht. De minister meldt dat de musea hebben aangegeven de eerste helft 2013 met een fusieplan te komen en dat ze hiervoor een procesbegeleider in de arm hebben genomen.