Bonden en VRM akkoord over afbouw prepensioen

De vakbonden en de VRM zijn overeengekomen de vroegpensioenregeling af te bouwen. In een tussentijdse afspraak zijn ze overeengekomen dat de in de cao genoemde rechten voor werknemers die vóór 1 oktober 2000 in dienst waren en op het moment van uittreden een onafgebroken dienstverband hebben van minimaal tien jaar gehandhaafd blijven en dat er een eenmalige uitkering komt voor de groep geboren tussen 1950 en 1954. Voor werknemers geboren na 1954 is er geen vroegpensioen meer.

Herziening van het vroegpensioen was noodzakelijk omdat de bestaande regeling vanaf 2013 fiscaal
ontoelaatbaar dreigde te worden. De overheid staat werkgevers niet toe om regelingen te treff en die kunnen
worden beschouwd als vervroegd uittreden. Dergelijke regelingen worden met 52 procent extra
belastingheffing beboet . In 2009 al waren de bonden en de VRM overeengekomen dat om het pensioen
betaalbaar te houden, het overgangsrecht/vroegpensioen moest worden versoberd. De overheid heeft in 2006
de vroegpensioen regelingen afgeschaft. De VRM heeft toen in de cao een overgangsregeling opgenomen.
Door de overstap van het VRM-pensioen van SFP naar Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) lag het in de
rede dat ook deze overgangsregeling zou meeverhuizen. Evenwel na 2013 kan PFZ W de regling niet uitvoeren
omdat deze fiscaal niet meer is geoorloofd. Dit was voor bonden en VRM aanleiding om deze tussentijdse
afspraak te maken, vooruitlopend op de reguliere cao-onderhandeling.
De afspraken zijn de volgende:
– Geen verandering voor werknemers geboren vóór 1950. Er is een protocol in de maak voor de
uitvoering, waarin de taken van het museum, de VRM en PFZ W zijn beschreven.
– Afschaffing van de regeling voor werknemers geboren in en na 1950. .
– Eenmalige uitkering voor werknemers geboren 1950-1954, aflopend van 18.000 euro voor in 1950
geboren tot 3.600 in 1954 geboren.
– Terugkeer naar pensioenpremieverdeling van voor het overgangsrecht: 60 % werkgevers – 40%
werknemers. Bijna alle werknemers gaan hierdoor structureel ca. 0,7 procent in besteedbaar (dus
netto) inkomen omhoog.
De vakbonden en de VRM hebben beslot en deze tussentijdse afspraak te maken vooruitlopend op de caoonderhandelingen
om werknemers in staat te stellen dit jaar nog van bestaande fiscale regelingen gebruik te
maken (zie voetnoot) en om hen voldoende bedenktijd te geven voor de best eding van dit bedrag.
Volledige tekst tussentijdse afspraak op besloten gedeelte website